Deventer Symfonisch Orkest

Die Zauberflöte (selectie) – Mozart

Inleiding

Die Zauberflöte is een Singspiel in twee bedrijven van Wolfgang Amadeus Mozart naar een libretto van de vrije theaterproducent Emanuel Schikaneder. Het behoort tot de bekendste en meest opgevoerde opera’s uit Mozarts repertoire. De première vond plaats op 30 september 1791 in Wenen, in het Theater auf der Wieden.

Prins Tamino gaat voor de Koningin van de Nacht op zoek naar haar dochter Pamina, die door de priester Sarastro gevangen wordt gehouden. De Koningin van de Nacht draagt Papageno op om Tamino te vergezellen. Net als Tamino is hij op zoek naar zijn vrouwelijke wederhelft. Van de drie dames krijgen ze een toverfluit (voor Tamino) en een klokkenspel (voor Papageno) mee. Ook zullen drie knapen hen begeleiden op de reis.

P

Emanuel Schikaneder als de eerste die de rol van Papageno vertolkte

Als Pamina gevonden wordt, blijkt Sarastro haar weliswaar gevangen te hebben, maar met als doel om haar te bevrijden uit de macht van haar overheersende moeder. Haar moeder beheerst de krachten van de Nacht, maar daarnaast is ze ook uit op de macht van de zevenvoudige zonnekrans. Sarastro heeft die zevenvoudige zonnekrans geërfd van de man van de Koningin van de Nacht. Nu is hij opperpriester van de Tempel van de Wijsheid. Hij laat Tamino, Papageno en Pamina een aantal zware beproevingen ondergaan. Op deze manier wil hij testen of ze in staat zijn een “inwijding” te doorstaan.

De Koningin van de Nacht probeert eerst nog haar dochter aan te zetten tot moord op Sarastro, maar die doorziet het complot: hij weet alles. De Koningin van de Nacht wordt teruggestuurd naar de Nacht. Papageno faalt bij zijn inwijdingstesten en wordt veroordeeld om eeuwig op aarde te blijven ronddolen; hij vindt echter zijn bruid Papagena en samen blijven ze voortbestaan in hun vele kleine Papagena’s en Papageno’s. Tamino en Pamina slagen wel voor de testen en worden ingewijd door tezamen door de poorten des doods te gaan. Tamino en Pamina worden voor eeuwig met elkaar verenigd en gaan deel uitmaken van de ingewijden in de tempel der wijsheid: de Zon komt op en het Licht verdrijft de Duisternis.

Voor het najaarsconcert op zaterdag 11 november concert in Ichtuskerk te Deventer spelen we een selectie uit deze opera, gezongen door drie professionele zangers. Het gaat daarbij om de volgende delen:
No. 2 aria (Papageno) Der Vogelfänger bin ich ja
Der Vogelfänger bin ich ja wordt gezongen door Papageno, de vogelvanger aan het prille begin van Mozarts opera Die Zauberflöte: bedekt met veren stelt hij zichzelf voor door een deuntje in volksstijl te zingen en zijn eigen panfluit te bespelen.

No. 3 aria (Tamino)  Die Bildnes is bezaubernd schön
Prins Tamino heeft zojuist door de Drie Dames een afbeelding van prinses Pamina gekregen en wordt op slag verliefd op haar

No. 9 Marsch der Priester
Helemaal aan het begin van het tweede bedrijf van Mozarts opera Die Zauberflöte wordt de ‘Marsch der Priester’ gespeeld: de priesters beginnen aan een plechtige mars.

No. 17 aria (Pamina) Ach ich fühl’s, es ist verschwunden
Pamina, die denkt dat Tamino geen gevoelens meer voor haar heeft, wil zich uit wanhoop met de dolk van het leven beroven.

No. 19 terzett (Pamina, Tamino & Sarastro) Soll ich dich Teuer nicht mehr
Sarastro en zijn priesters, met in hun midden Tamino en Pamina, vieren de geslaagde inwijding: de overwinning van het licht op de duisternis.

Kijk en speel mee

Kijk voor onze selectie op de volgende tijdsmomenten:

0:15:56 No. 2 aria (Papageno) Der Vogelfänger bin ich ja

0:21:50 No. 3 aria (Tamino)  Die Bildnes is bezaubernd schön

1:09:08 No. 9 Marsch der Priester

1:42:59 No. 17 Ach ich fühl’s, es ist verschwunden

1:50:33 No. 19 terzett (Pamina, Tamino & Sarastro) Soll ich dich Teuer nicht mehr