Deventer Symfonisch Orkest

Im Walde 1. Eintritt – Popper

Inleiding

David Popper

David Popper  (1843 –  1913) was een Boheems cellist en componist. Popper werd geboren in Praag, waar hij studeerde aan het conservatorium. Cello-onderwijs kreeg hij van Julius Goltermann in Frankfurt am Main. Zijn eerste tournee maakte hij in 1863, waar zijn spel werd gewaardeerd door Hans von Bülow. Deze dirigent bewerkstelligde een benoeming van Popper als kamermuziekvirtuoos aan het hof van Frederik Willem Constantijn van Hohenzollern-Hechingen te Löwenberg (1868), maar al na een jaar raakte hij deze baan kwijt door de dood van de prins. Zijn debuut in Wenen maakte hij in 1872 waarna hij de eerste cellist van de Weense Staatsopera werd. In 1872 trad Popper in het huwelijk met Sophie Menter, een leerlinge van Franz Liszt. Na een aantal jaren beëindigde Popper zijn werk bij de Staatsopera en ging hij samen met zijn vrouw in verschillende Europese landen concerten geven. Vanaf 1896 gaf hij zelf celloles als professor aan het conservatorium in Boedapest. Hij stierf in Baden, nabij Wenen.
Popper schreef veel werken voor de cello, waaronder vier concerten, een requiem voor drie cello’s en orkest en een aantal kamermuziekwerken. Popper geniet ook vooral bekendheid door zijn gerenommeerde etudes die nog vaak worden gespeeld. Niet iedereen is even gecharmeerd van zijn hoogst virtuoze stukken als bijvoorbeeld het Spinnlied. Deze werken brengen vaak een “Johann Strauss jr.-achtig” sfeertje met zich mee.

De suite ‘Im Walde’, opus 50,  schreef hij in 1882 en wijde hij toe aan Frau Thérèse Henriques (Abrahamson). De suite bestaat uit 6 delen:
1. Eintritt
2. Gnomentanz
3. Andacht
4. Regen
5. Herbstblume (handtekening bewaard gebleven)
6. Heimkehr

De Suite werd voor het eerst gepubliceerd in dat zelfde jaar, 1882. Volgens Steven De’ak was de Suite “een groot succes”, waarbij het publiek vaak vroeg om Gnomentanz (“Dans van de Kabouters”) en Reigen (“Round”) te herhalen. Kort na de publicatie van de Suite voerde Anatoly Brandukov deze uit in Parijs en Rusland.
Het werk werd uitgegeven door Rahter met als ondertitel ‘voor orkest met cello solo obligato’, wat doet denken aan Don Quixote van Richard Strauss. Zoals de cello Don Quixote uitbeeldt in Strauss’ toongedicht, zo vertegenwoordigt de cello ook de romantische held uit Poppers Im Walde.
Het idee van de romantische held werd beïnvloed door de geschriften van Jean-Jacques Rousseau, die geloofde ‘dat de kunstenaar, door de spontaniteit van de expressie, moet streven naar de waardigheid van de ‘natuurlijke mens’.’

De held van Popper was inderdaad “geïnspireerd door de idealisering van de natuur en het ‘volk’”, aldus Grove Music Online. Andere bronnen zeggen dat de romantische held door de samenleving wordt afgewezen. De hoofdpersoon in de Im Walde Suite past behoorlijk goed bij deze beschrijvingen van de romantische held.

Het eerste deel, genaamd ‘Eintritt’, wat wij gaan spelen, laat ons kennismaken met het boslandschap. We horen een Wagner-referentie uit de Magic Fire Music van Die Walküre, evenals Siegfried Idyll van Siegfried.

Download en oefen

Graag zelf maatcijfers bijzetten!
Hulppunten: A = 13, B = 27, C = 35, D = 44, E = 53, F = 63, G = 78, H = 87, I = 94, K = 106, L = 118, Meno mosso = 122