Inleiding
Carmen is een opera (oorspronkelijk een opéra comique) in vier bedrijven van de componist Georges Bizet (1838-1875). Het libretto is geschreven door Henri Meilhac en Ludovic Halévy, naar een novelle van Prosper Mérimée. De eerste opvoering vond plaats in Parijs (Opéra-Comique) op 3 maart 1875.
Bizet kreeg na de uitvoering van zijn succesvolle stuk Djamileh de opdracht een nieuw werk te schrijven voor het Opéra-Comique-theater. Zijn opéra comique op basis van Prosper Mérimées novelle Carmen stuitte echter op verzet, omdat het onderwerp te uitdagend zou zijn voor het publiek van het familietheater. De componist werd gedwongen zijn stuk op een aantal punten te wijzigen en de nadruk meer op de eenvoudige Micaëla en andere “conventionele” personages te leggen. De grote steun van titelrolvertolkster Célestine Galli-Marié behoedde Bizet voor nog ingrijpendere wijzigingen.
Bizet gaf met het onderwerp in zijn opera Carmen de aanzet tot het verisme, een operagenre dat vijftien jaar later tot volle ontwikkeling zou komen en vooral de Italiaanse opera zou domineren. In dit opzicht kan Bizet beschouwd worden als een pionier.
De première werd geen groot succes, hoewel de reacties ook niet eensluidend negatief waren. Na 48 voorstellingen werd de productie in februari 1876 van het podium gehaald. De herleving kwam acht jaar later, in april 1883. Toen Galli-Marié in oktober van dat jaar de titelrol weer ging vertolken, stroomde de zaal keer op keer vol. In 1904 kende de opéra comique zijn duizendste voorstelling.
Ondertussen was Carmen buiten Frankrijk zeer populair geworden. Al op 23 oktober 1875 (Bizet was kort daarvoor, op 3 juni, overleden) ging een door Ernest Guiraud bewerkte versie in première in Wenen. De voor de opéra comique kenmerkende gesproken dialogen waren in deze uitvoering vervangen door gezongen recitatieven. Andere steden volgden al snel: Antwerpen, Brussel en Boedapest in 1876, Sint-Petersburg, Stockholm, Londen, Dublin en New York in 1878. Carmen kreeg een mythische status en de Habanera (“L’amour est un oiseau rebelle…”), de eerste aria van de titelrol, is uitgegroeid tot een van de bekendste uit het gehele operarepertoire. De zangeres Emma Calvé trad meer dan 1000 keer op in de hoofdrol, onder andere in de Verenigde Staten.
Terwijl de opera de wereld veroverde, werd het werk keer op keer aangepast aan plaatselijke conventies. De oorspronkelijke opéra comique wordt zelden nog opgevoerd, maar de “oerversie” beleefde nog wel een comeback in het jaar 1970. Sindsdien wordt ook die steeds vaker weer opgevoerd.
De prelude bevat al een aantal hoofdmotieven die later terugkomen in de opera, onder andere de melodie van de beroemde coupletten “Votre toast, je peux vous le rendre” (L’air de toréador). Ook de dramatische afloop van het verhaal kondigt zich reeds aan.
De Habanera, de aria waarmee Carmen ten tonele verschijnt, behoort zonder twijfel tot de beroemdste operamelodieën aller tijden. Deze klassieker heeft zelfs een bescheiden plaats weten te veroveren in de populaire cultuur. Des te interessanter is het feit dat Bizet aanvankelijk op min of meer dezelfde tekst een andere aria voor Carmens entree had geschreven, en dat de Habanera pas ontstond na diverse aanpassingen op verzoek van prima donna Galli-Marié, die de oorspronkelijke versie niet krachtig genoeg vond.