Inleiding

De Argentijnse tanguero Astor Piazzolla (1921-1992), bandoneonist en componist was een controversieel man. Hij werd zowel beroemd als benijd én verguisd omwille van de vernieuwingen die hij in de tangomuziek introduceerde.
Als belangrijkste componist en vertolker van de moderne tango, wist hij als geen ander de betovering van deze dans over te brengen. Met een oeuvre van meer dan 1.000 werken, een markante carrière en een Argentijnse smaak beïnvloedt hij nog steeds muzikanten van alle generaties. Zijn zoektocht naar een eigen stijl obsedeerde hem. Met de groep Conjunto Electrónico vormde hij een octet dat bestond dat uit een bandoneon, piano, orgel, gitaar, elektrische basgitaar, drums, synthesizer en viool. Velen veroordeelden die combinatie en vonden dat hij meer jazzrock dan tango speelde. Maar Piazzolla zei dat het zijn muziek was.
Later combineerde hij in dit octet twee bandoneons, twee violen, twee contrabassen, een cello en een piano met elkaar en week hiermee verder dan ooit af van de klassieke tango en de traditionele bezetting. Hij liet zich niet vermurwen en bleef vastberaden verder innoveren in het combineren van tango met andere muziekstijlen.
Oblivion werd gecomponeerd in 1984 voor de film Henri IV (Enrico IV) van de regisseur Marco Bellocchio. In het strakke ritme van de tango blijft ruimte voor een lyrische melodie. Het is een spel in het afdwingen van mysterie en zonde, verleiding en afwijzing, aantrekkingskracht en smart.
Peter van der Veer maakte voor het Deventer Symfonisch Orkest een prachtig arrangement waarin de melodie door verschillende instrumenten wordt gespeeld.